DOOR OP EEN FOTO TE KLIKKEN KUN JE HET BEKIJKEN IN GROTER FORMAAT EN BETERE KWALITEIT

dinsdag 11 juni 2019

Flora Lauwersmeer

In de berm vond ik deze sterhyacint in het vroege voorjaar. Niet echt een wilde plant, een geplant  bolletje, maar in de buurt van de parken is de mensenhand hier en daar  zichtbaar.   Vanwege zijn prachtige blauwe kleur krijgt hij hier  een plekje.


















Afgelopen voorjaar kleurden sommige velden geheel paars, vanwege de bloeiende reigersbek. Door de droogte van het afgelopen jaar kwamen ze op  sommige plekken massaal tot bloei. Vooral op plekken, waar het gras verdroogd was, kregen ze de kans te ontkiemen.


Overal in het Lauwersmeer zijn de wilgen te vinden. Het is een pionier. Een mooi gezicht als de wilgenkatjes in het voorjaar geel kleuren.


 Deze foto is in april genomen. Het is de reflectie van rietstengels van het vorig jaar in het water. De groei van nieuw riet moet nog op gang komen.


Dit ziet er weer vrolijker uit. Natuurlijk niet specifiek voor het Lauwersmeer, maar  je ziet ze er veel. Ereprijs is in het voorjaar een algemeen plantje van graslanden en bermen.




























In mei zie je overal de meidoorns in bloei komen. Ze hebben zich spontaan in het Lauwersmeer gevestigd. Op sommige plekken is het een prachtige witte bloemenzee. Vanwege de bescherming van de stekels broeden de vogels er graag.

 In dezelfde tijd zie je ook de bodem wit kleuren, vanwege de vele margrieten.

maandag 27 mei 2019

Steltlopers 2

Veel vogels hebben een schutkleur om niet op te vallen, dan lopen ze minder gevaar. Zo ook de de watersnip. Hij waant zich zo veilig  door zijn bij de omgeving passende verenkleed, dat hij bij onraad tot het laatste moment wacht met opvliegen. Vooral in de trektijd is hij regelmatig in het Lauwersmeer te zien.

In het voorjaar is de kleine strandloper mooi roodbruin gekleurd. Het is een nogal kleine strandloper, niet groter dan een vink. Je ziet hem driftig heen en weer gaan op het slik.


De Temmincks strandloper lijkt veel op de kleine strandloper. Het grootste verschil is de kleur van de poten, zoals hier is te zien. Ook zijn veren hebben minder kleur en je ziet hem maar zo nu en dan.


Hier is het geen voorjaar, maar duidelijk winter. De bonte strandloper heeft zijn  nogal egaal gekleurde winterveren opgezet, zodat hij de kou - ondanks de zon vriest het stevig - kan trotseren.

Als hij niet al zo heette, zou je hem zo noemen. De oeverloper fourageert op de grens van land en water. Daar is hij vaak te vinden, al is het een vrij schuwe vogel. Van een afstand valt hij op, omdat hij zijn achterlijf steeds op en neer beweegt.


Misschien wel de meest algemene steltloper van ons land, de kievit met zijn opvallende kuif. In het voorjaar zijn de spectaculaire baltsvluchten een lust voor het oog.


De wulp is de grootste steltloper van ons land. Met zijn lange kromme snavel is hij gemakkelijk te herkennen. Meestal op het wad te vinden, maar bij hoog water gaan ze de dijk wel over. Zoals hier, dicht bij Lauwersoog. Zijn jodelende zang is prachtig.





donderdag 9 mei 2019

De kemphaan

Het is mei en dat is de maand van de kemphaan. De mannetjes zien er dan prachtig gekleurd uit. Ze hebben hun kleurrijk baltskleed aangetrokken en zijn in deze periode voor velen de mooiste steltlopers van het Lauwersmeer.

De kleuren van het baltskleed van de mannetjes verschillen nogal. Op de vorige foto vooral wit, hier oranje/rood en zwart. Je kan zien dat kemphanen een nogal lange hals hebben. Met een kraag, hier opgewaaid door de wind, die bij de baltsgevechten wordt opgezet.


Kemphanen houden van schrale, vochtige en bloemige weiden. En oevers met slik. Hier in de Ezumakeeg zijn ze helemaal op hun plek. Dit soort landschappen zijn door verdroging en intensieve bemesting van de weidegronden veelal verdwenen. Daarom gaat de soort in Nederland hard achteruit en zijn er nauwelijks nog broedgevallen. Een enkele misschien in het Lauwersmeer.


De kemphanen zijn in het Lauwersmeer vooral in de trektijd te zien. Ze broeden in het noorden van  Europa. Later in de zomer komen ze terug, voordat ze doortrekken naar hun winterverblijf  in zuid Europa of Afrika.


De foto boven is een vrouwtje en laat het verschil met de mannetjes goed zien. Haar verenkleed heeft duidelijk minder kleur. Het mannetje onder laat begin mei zijn volle zwarte kraag mooi zien.



zaterdag 27 april 2019

Libellen en juffers

Als de zomer een eind is gevorderd kom je deze bloedrode heidelibel veel tegen. Hier zit hij op  uitgebloeide wilde peen.
Van dichtbij ziet zijn kop er zo uit. Ze hebben geen twee ogen, maar samengestelde ogen,  zogenaamde facetogen. Je ziet ze op zijn kop zitten. Ze bestaan uit heel veel kleine vakjes, dat zijn allemaal kleine lensjes. Zo kunnen ze extra goed kijken. Dat is heel nuttig omdat ze in de vlucht de vliegjes vangen die ze zien.


De houtpantserjuffer zet zijn eitjes op boven het water hangend hout af, daar dankt hij zijn naam aan. Deze foto is in de late zomer in hert bos genomen. 


Het is niet zo gemakkelijk om alle soorten libellen te herkennen. Het zijn er wel zeventig en bovendien zitten ze nauwelijks stil om ze goed te bekijken. Ik denk dat dit een gewone oeverlibel is, een nogal algemene soort.


 De libellen, zoals deze paardenbijter zijn vaak prachtig gekleurd. Hij neemt hier even pauze op het riet, dan kun je net even een foto nemen. 's Morgens vroeg kan dat ook, want dan moeten ze nog opwarmen.
 
Ook de voortplanting moet worden geregeld. Dit wordt wel een paringswiel van twee waterjuffers genoemd. Het mannetje hecht zich vast aan het achterlijf van het vrouwtje, zodat het op een wiel lijkt  Als de bevruchting heeft plaats gevonden, zet het vrouwtje de eitjes af in het water.
Dit zijn juffers omdat ze twee  vleugels hebben. De libellen hebben dubbele vleugelparen.


 Zonde van zo'n prachtig beestje, maar zo gaat het in de natuur. Het brood van de één, is de dood van de ander. Deze platbuiklibel zit gevangen in een spinnenweb aan de waterkant en overleeft het niet. 

maandag 8 april 2019

Vogels in de haven

Het is geen winter in de haven, maar deze steenloper loopt over het ijs, dat door de vissers op de kade is achtergelaten. Daar komen vaak vogels op af, op zoek naar nog een vissig hapje.

Hier heeft de winter goed toegeslagen. De kanoet leeft gewoonlijk op het wad, maar toen het wad halfbevroren was, zocht hij de beschutting van de haven op. Je ziet het ijs aan de vleugels zitten.

De gekleurde boten geven soms mooie reflecties in het water. Deze roodhalsfuut paste er goed bij. Je ziet hem maar een enkele keer. Hier is het voorjaar en is zijn hals mooi rood gekleurd. In de winter is hij grijs.

De middelste zaagbek vist in zout water. Zijn tegenhanger, de grote zaagbek, is meer in zoet water te vinden.Met de scherp getande snavel, de zaag, heeft hij goed grip op de vis, die hij vangt.


De scholekster is een vaste gast in de haven. Maar niet alleen in de haven natuurlijk, je ziet hem zelfs wel in stedelijk gebied. Hij is dus geen eenkennige eter. De vorm van de snavel is afhankelijk van het voedsel, dat hij eet. Iets scherper of iets stomper. Hij slijt snel.


De roodkaalduiker is een vrij zeldzame wintergast in de haven. De winter is aan zijn verenkleed af te zien, behoorlijk egaal gekleurd. In het voorjaar verschijnt het rood op zijn keel.

De stenige kust aan de buitenkant van de haven is het domein van de paarse strandloper. Je ziet hem wel op de basaltblokken van de dijk scharrelen. Het is een wintergast, want zijn broedgebied is in het hoge noorden.